Sinds ik 5 jaar oud was, wonen er pleegkinderen bij mij thuis. Door de jaren heen hebben wij al meer dan tien kinderen mogen helpen. Het begon allemaal met een oproep in de krant.
Ook vijftien jaar geleden was er net zoals nu een schreeuwend tekort aan pleegouders door heel Nederland. Er zijn zoveel kinderen die wachten op een thuis waar ze zich veilig en geliefd voelen. Mijn moeder, die zelf moeilijk kinderen kon krijgen, zag een oproep in de krant en besloot te reageren. Na alle verplichte screenings konden wij al snel ons eerste extra familielid ontvangen.
Omdat veel pleegkinderen die bij ons hebben gewoond niet op mij of mijn ouders leken, kregen we vaak opmerkingen dat ze er niet bij hoorden. Maar voor ons hoorden ze vanaf dag één bij de familie. Mensen zeggen regelmatig hoe goed het is wat mijn ouders doen. Maar voor ons voelt het niet als iets bijzonders. Het is voor ons gewoon normaal om een kind op te vangen en ervoor te zorgen alsof het een bloedeigen kind is. Natuurlijk doet het pijn als het kind weer vertrekt, terug naar zijn ouders of naar een ander gezin. Dat gevoel verandert nooit.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik door de jaren heen een soort bindingsangst heb ontwikkeld. Ik kijk vaak van een afstand toe, zoek minder snel contact, knuffel minder. Niet omdat ik niet om ze geef, maar omdat afscheid nemen elke keer een beetje pijn doet. Het is een manier om mezelf te beschermen.
Voor anderen heten ze pleegkinderen, omdat ze niet biologisch bij ons horen. Maar voor mij zijn het mijn broertjes en zusjes. Altijd geweest en dat zal nooit veranderen.
(Om privacyredenen zijn de gezichten op bovenstaande foto, gemaakt in Diergaarde Blijdorp, gewist.)
